| Op zoek naar rust en schoonheid in het landschap:
Moulijn, schilder en lithograaf |

Zelfportret met steen, Litho (1929) |
Moulijn, lithograaf en schilder, leefde
in de tweede helft van de 19de en de eerste helft van de twintigste
eeuw. Zijn oeuvre omvat rond 200 lithografiën en een groot aantal
schilderijen.
Van de litho's en schilderijen gaat een vaak dromerige
rust uit. Het gaat hier niet zozeer om een nostalgisch geinspireerde
retrospectieve zienswijze, maar om het zoeken, waarnemen en tonen
van esthetische schoonheid in de natuur.
|
| Simon Moulijn wordt 20 juli 1866 in Rotterdam als derde
kind van de fabrikant Simon Moulijn geboren. In 1882 wordt Moulijn
leerling van de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten. In 1885
vertrekt hij naar de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam,
waar hij onder andere Ferdinand Hart Nibbrig, Richard Roland Holst
en Isaac Israëls leert kennen. Vanaf 1887 woont en werkt Moulijn
op verschillende plaatsen in Nederland. |
|
In deze periode, die ten dele ook door experimten met de vormgeving
gekenmerkt wordt, ontstaan veel landelijke taferelen van oude boerderijen,
landschappen en dorpsgezichten, die uiteindelijk typerend voor zijn
werk zullen worden. Als medeoprichter van de Haagsche Kunstkring
en lid van Pulchri Studio leert Moulijn omstreeks 1891 Theo van
Hoytema kennen. Eerste exposities vinden in 1893 in Pulchri Studio
en in de Haagsche Kunstkring plaats.
|

Schemering, Litho (1895) |
| In de jaren daarna volgen tentoonstellingen van werken
in het Hotel de l’Art Nouveau van S. Bing in Parijs (1896),
in de Lakenhal in Leiden, in Kunstzaal Oldenzeel in Rotterdam (1897)
en bij „Voor de Kunst" in Utrecht (1898). In deze jaren
woont Moulijn in Drente, in Rotterdam, in Den Haag , in De Steeg,
waar hij een atelier deelt met Edzard Koning, en in Renkum. |

Portretten van Eco en Hans Moulijn (1910) |
12 maart 1902 trouwt Moulijn met de dichteres
Henriëtte Haitsma Mulier. Het jonge paar vestigt zich in Laren
(NH), waar destijds reeds vele kunstenaars woonden en zodoende uit
de kontakten met zijn studiegenoten Roland Holst en Hart Nibbrig,
maar ook met andere kunstenaars (J. G. Veldheer, F. Smissaert en Jan
Eisenloeffel) ook nieuwe impulsen ontstonden zoals die oprichting
van een „kunstschool" in Laren (samen met Hart Nibbrig).
In Laren laat Moulijn 1903 naar eigen ontwerp een huis bouwen. In
1918 verhuist het echtpaar, dat intussen twee zoons heeft, naar Den
Haag. |

Portret van Henriëtte Moulijn - Haitsma Mulier (1902) |
Nadat beide zoons zelfstandig geworden
zijn, wordt het huis in Den Haag te groot. Het echtpaar Moulijn
gaat in 1935 in Wassenaar wonen, waar Moulijn een houten atelier
in de buurt van zijn woning laat bouwen.
|

Atelier van Moulijn te Wassenaar (Toestand 2005) |

Interieur van het atelier in Wassenaar met drukpers voor litho's (1936) |

Moulijn in zijn studeerkamer in Den Haag |
Vanaf 1895 begint Moulijn
zich steeds sterker bezig te houden met de lithografie. Deze techniek
zal uiteindelijk in zijn levenswerk een vooraanstaande plaats innemen.
In 1911 is hij medeoprichter van de „Vereeniging tot Bevordering
der Grafische Kunst". Als secretaris van deze vereniging heeft
hij de komende decennia ook een belangrijk aandeel in de organisatie
van tentoonstellingen van Nederlandse grafiek in het binnen- en
buitenland.
In 1917 wordt Moulijn docent grafische kunst aan
de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen.
In 1918 publiceert hij „De lithografische prentkunst",
waarin de ontwikkeling vanaf de uitvinding van de lithografie in
1796 door Alois Senefelder in Duitsland en de verbreiding van deze
techniek in Europa beschreven worden.
|
Behalve ca. 200 litho’s omvat
het werk van Moulijn ook een groot aantal schilderijen, tekeningen
en aquarellen. Zijn hoofdmotieven waren de natuur en het landschap.
De pagina's met afbeeldingen op deze site geven een kleine indruk
van het werk van Moulijn. Daarbij hebben wij geprobeerd, het werk
vooral thematisch en gebaseerd op de symboliek van het getoonde
te benaderen. Uit de verschillende landschappen, die hij weergeeft,
komt een van de belangrijkste eigenschappen van Moulijn "als
schilder van de romantische eenzaamheid"(Algemeen Handelsblad)
naar voren. Zijn liefde voor de natuur komt in de waarneming van
bos als landschap tot uitdrukking. Het landschap is echter ook
de omgeving, waarin mensen leven. In de waarneming van Moulijn is
dat veelal slechts de aanduiding van de menselijke aanwezigheid.
Het landschap wordt echter ook door de mensen gevormd: Moulijn geeft
de stilte weer, die parklandschappen
kunnen uitstralen. Hij maakt de kracht, waarmee de
oude Maasbrug in Rotterdam de rivier overspant zichtbaar. In
de wallen van Naarden staat de
rustige sterkte van dit verdedigingsbouwwerk op de voorgrond. In
"Burchtruïne aan een rivier"
komt het langzame verval van kracht en sterkte aan de orde. Idyllische
landschappen zijn een derde aspect van de vorming van het landschap
door de mensen: De tuin van Villa d'Este
in Tivoli is hiervan een voorbeeld. Van belang is tenslotte
ook het op symbolistische weergeven van menselijke eigenschappen
bijvoorbeeld op een van weinige houtsneden of op "Ex Libris".
Grote invloed op zijn werk hadden zijn reizen naar Duitsland (1905
Monschau, 1909 Holzhausen), Italie (1911 Tivoli en Frascati, 1938
Florence), Frankrijk (1930 Fontainebleau, 1931 Neuilly), maar ook
reizen in het binnenland (Drenthe, Zeeland, Noord-Brabant, Zuid-Limburg,
Gelderland) vinden hun neerslag in vele werken. Een van de gemeenschappelijke
kenmerken is de rust in het landschap.. |
|
| Moulijn overlijdt op 2 november 1948 in
Den Haag. Slechts minder dan een maand later (1 december 1948) gevolgd
door zijn echtgenote. |

Graf van S. Moulijn en H. Moulijn-Haitsma Mulier te Wassenaar |
|